In 2010 was er sprake van een halve eeuw sociale werkvoorziening en sociale werkgelegenheid in Steenwijk en omgeving. Daarvoor was er vanaf de jaren vijftig van de vorige eeuw sprake van De Werkverschaffing in Steenwijk.

De min of meer structurele werkloosheid van bepaalde groepen inwoners werd een volledig gemeentelijke aangelegenheid. Een probleem, dat in gezamenlijkheid met andere gemeenten is aangepakt. In de loop van de vijftiger jaren is dit bestuurlijk beklonken. De daadwerkelijke realisatie dateert van1960. In eerste instantie was de uitvoering van de sociale werkvoorziening heel kleinschalig en nauw verbonden met de gemeentelijke sociale dienst. In feite was de directeur van de sociale dienst de baas. In 1971 werd Leen Vingerling (tot dan vier jaar bedrijfsleider) de eerste ‘eigen’ directeur van de Centrale Werkplaats Steenwijk en omgeving (Cewesto). Het ministerie van Sociale Zaken had in de jaren daarna een grote invloed op de gang van zaken; een rijksconsulent woonde ook de bestuursvergaderingen bij. Er was tevens sprake van een open eindfinanciering, waarbij het Rijk het grootste risico liep. Dat veranderde eind jaren ’80 toen budgetfinanciering zijn intrede deed en de gemeente alleen risicodrager werd. Deze verandering liep min of meer parallel met een wisseling van de wacht. In 1990 trad Koene Pit als nieuwe directeur aan. NoordWestGroep (voorheen Cewesto) heeft in de laatste veertig jaren slechts twee directeuren gekend. Dat zegt iets over de betrokkenheid bij en de stabiliteit van de organisatie.

Eind jaren ’90 is er een fusie tot stand gekomen tussen Cewesto en Stichting WIN. In eerste instantie was er sprake van een personele unie, zowel op bestuurlijk als op directieniveau. Later zijn beide organisaties geïntegreerd in het combibedrijf NoordWestGroep, dat via aanwijsbesluiten van de raad verantwoordelijk werd voor de uitvoering van de diverse wetten op het gebied van sociale werkgelegenheid.